Skip to end of metadata
Go to start of metadata

De structuur voor First-rapporten ziet er als volgt uit:

Nadat u First geïnstalleerd hebt, moet u zich de vraag stellen hoe u uw dossiers gaat beheren. U hebt twee mogelijkheden om de dossiers van uw klanten te beheren:

  1. U kunt voor elke klant een nieuw bestand aanmaken op uw harde schijf. Dit bestand heeft altijd de extensie .df1.

    Voordeel/Nadeel:
    • U kunt een DF1-bestand doorgeven aan klanten of aan een collega. Die heeft dan alleen de gegevens van dit dossier ter beschikking.
    • Deze methode is aan te raden als u veel dossiers hebt.
    • Als de correspondent First geïnstalleerd heeft op zijn computer, zal hij de jaarrekening kunnen bewerken en aanpassen.
    • U moet een back-up nemen van alle .DF1 bestanden. Zorg dus dat u weet waar al uw bestanden staan.

  2. U kunt al uw klanten binnen hetzelfde .DF1 bestand beheren.

    Voordeel/Nadeel:
    • Alle dossiers staan bij elkaar.
    • U moet alleen van dit bestand een back-up nemen.
    • U kunt dossiers uitwisselen, maar enkel door het DF1-bestand door te geven waarin alle dossiers zitten of door een jaarrekening te exporteren in XBRL of NBB-formaat.

    • Deze methode is af te raden als u veel dossiers hebt.

U kunt ook voor een tussenoplossing kiezen. Bijvoorbeeld alle ondernemingen van een bepaalde groep of sector in één DF1-bestand plaatsen.

Samengevat deelt First de gegevensopslag op in vier lagen:

  1. Bestand: het fysieke bestand dat op de harde schijf opgeslagen wordt.
  2. Dossier: de niet-financiële gegevens van het bedrijf/de klant.
  3. Boekjaar.
  4. Rapport: de eigenlijke jaarrekening.

 

Het aanmaken van bestanden, dossiers, boekjaren en rapporten wordt apart besproken.

 

  • No labels